De missie van het Solidariteitsfonds wordt goed verwoord in de toespraak die onze voorzitter hield ter gelegenheid van 75 jaar Annuntiaten in Afrika onder de titel “ Solidariteit Europa-Afrika”.

75 jaar annuntiaten in Afrika:25 november 2006-10-29
“Solidariteit Afrika-Europa” : Fernand Rochette

Geachte zusters,
Dames en heren,



Ik ben echt vereerd dat ik vandaag als voorzitter van het solidariteitsfonds het woord tot jullie mag richten

Wij , dit zijn momenteel 5 zusters en 25 leken vrijwilligers werken immers met de steun van de scholen van de zusters annuntiaten verder aan wat gedurende 75 jaren werd opgebouwd. Het hoofddoel van het solidariteitsfonds is de permanente vorming verzorgen van de leraren in Congo,Burundi en Kameroen. en vooral ook de materiële voorwaarden creëren om degelijk onderwijs mogelijk te maken.. Ook de hospitalen trachten wij op dezelfde wijze te ondersteunen. Voor ons is ontwikkeling immers een proces dat de effectieve vrijheid van mensen verhoogt zodat zij kunnen nastreven wat zij belangrijk vinden.

Dit alles gebeurt vanuit een visie op wederzijdse solidariteit en in een streven om van mekaar meer bevrijde mensen te maken. Hoe wij dit concreet zien wil ik graag even kort toelichten.

Meestal wordt sterk uitgegaan van het gegeven dat wij landen in ontwikkeling laten delen in onze kennis, onze cultuur, ons welvaartsoverschot. Maar dat de Afrikanen ons ook zoveel hebben te bieden, daar staan we al te weinig bij stil.

Enige nederigheid van onzentwege is dus wel gepast. Vlaanderen in België en Europa is één van de rijkste regio’s op onze aarde, maar sta me toe om te zeggen dat onze armoede ook niet gering is.
De eenzaamheid van mensen is groot en de depressie, een signaal van “ ik kan mijn leven niet meer aan” is de ziekte van onze westerse samenleving. Ons gemeenschapsleven, tot op het niveau van het gezin heeft het moeilijk omwille van ons “ ik- eerst-motto”. Wij vervuilen ons milieu als geen ander en onze afhankelijkheid van goederen en luxe is zo groot dat we geen tijd meer hebben, noch voor onszelf, de anderen of voor God.

Voor al deze fundamentele facetten van het leven kunnen wij echt te rade gaan bij onze Afrikaanse vrienden die dit soort armoede amper kennen .Maar om dit te ontdekken is veel wederzijdse ontmoeting noodzakelijk, ontmoeting die tot verbondenheid leidt.
Andere culturen alleen met ons verstand trachten te begrijpen is echter niet eenvoudig zoniet onmogelijk. Laat ons daarom met ons hart en vol meedogen kijken en luisteren naar elkaar. Dit lijkt mij immers de enige weg naar verbondenheid en verbondenheid is voor mij synoniem van wederzijdse solidariteit want met wie men zich verbonden voelt deelt men.

Ondanks het feit dat onze Afrikaanse vrienden ons veel te bieden hebben en onze bewondering wegdragen voor hun moedig omgaan met de penibele omstandigheden waarin zij moeten leven en werken moeten wij toch niet aflatend blijven ijveren om hun levenskwaliteit te verbeteren. Wij kennen immers de problemen in centraal Afrika en zij zijn immens groot. Kindersterfte, hongersnood, weinig of geen scholingskansen, oorlog en dit vooral ook omwille van leiders die zichzelf bedienen in plaats van hun volk te dienen.
Met het solidariteitsfonds hebben wij beperkte mogelijkheden maar toch mogen wij het belang van onze werking ook niet onderschatten. Met ons lopend vormingsprogramma in Kingandu zouden wij wel eens een proeftuin kunnen creëren zoals onze minister van onderwijs vernieuwende projecten pleegt te noemen, die als model kan functioneren voor andere scholen, missieposten en regio’s. Daarom moeten wij er vooral voor zorgen dat onze projecten duurzame effecten hebben.

Daarvoor is het bijzonder belangrijk dat wij projecten tezamen met onze Afrikaanse vrienden uitwerken. Wij moeten gezamenlijk verantwoordelijkheid delen. Dit betekent dat wij onze projecten in medebeheer met de lokale verantwoordelijken, religieuzen en leken, zullen uitvoeren. Daartoe is intensievere ontmoeting en communicatie van essentieel belang. Dat wij internet installeren in onze missieposten is dan ook geen luxe maar fundamenteel om in de toekomst permanent met mekaar te kunnen communiceren. Internet geeft de leraren bovendien toegang tot de wereldbibliotheek waardoor zij bevrijd worden uit een steeds verder dreigend isolement

Onze werking moet ook leiden tot het bewust maken van de jeugd in Vlaanderen, België, Europa dat hun verantwoordelijkheid verder reikt dan hun gezin of hun dorp. Wij zijn daarom ook dankbaar dat de scholen van de zusters annuntiaten onze acties ondersteunen en koppelen aan het geven van informatie en sensibilisering Ook het feit dat wij samenwerken met lerarenopleidingen en straks acht leraren-in spe tezamen met hun docenten uitzenden voor het uitvoeren van een vormingsprogramma heeft ongetwijfeld een multiplicatie-effect .Wie drie maanden Afrika ervaring heeft staat straks anders voor zijn leerlingen en in de school .

Gezien onze beperkte mogelijkheden moeten wij ook invloed uitoefenen op diegenen die wel grote mogelijkheden hebben. Hoe ik ook vol bewondering kijk naar onze solidariteitsploeg, realisme en verstand zeggen ons dat we met vrijwilligerswerk alleen de wereldproblemen niet zullen oplossen. Belangrijke structurele en duurzame solidaire internationale maatregelen zijn noodzakelijk. Denken we maar aan het zorgen voor eerlijke handelsprijzen. Maar ook hier kunnen wij een rol spelen We zullen niet nalaten onze politici permanent te herinneren aan hun rol van dienstbaarheid tegenover de landen in ontwikkeling. De lang beloofde 0.70 % van het Nationaal Bruto Product is immers nog steeds ver weg.
Het zou bovendien van respect en visie getuigen mochten onze onderscheiden regeringen niet alleen de erkende ngo’s ondersteunen maar tevens initiatieven zoals het onze aangezien wij exclusief met vrijwilligers werken en een werkingskost realiseren van amper 1.9 % van ons budget.

Beste vrienden,

Veel solidariteit uit het verleden was schijnsolidariteit want de dag dat landsbelangen of persoonlijke belangen niet meer aan de orde waren verdween de solidariteit. Zo verging het o.m. Congo dat door vele landen en organisaties in de steek gelaten werd. Weinigen bleven op post Slechts enkele ngo’s waaronder Memisa en vooral de congregaties waaronder onze zusters die sedert het eerste uur in 1931 permanent actief bleven. Dit gebeurde wellicht omdat de bezieling juist ontstaat vanuit een christelijk geïnspireerde verbondenheid.

In verbondenheid kunnen wij mekaar verrijken door mekaar te bevrijden. Afrika kan ons helpen bevrijden van onze overdreven gehechtheid aan het materiële, bevrijden van onze overdreven zorgen en angsten door een gebrek aan vertrouwen in het leven. Wij kunnen hen bevrijden door hen grotere vormingskansen te geven waardoor zij hun eigen lot beter in handen kunnen nemen zodat de universele rechten van de mens waaronder o.m. recht op onderwijs steeds meer realiteit zou worden in Afrika. Zo zal Europa en de andere continenten voor vele Afrikanen niet langer terra incognita zijn, een basisvoorwaarde om wederzijdse solidariteit te realiseren.