Evaluatie- en optimalisatiemissie

In het kader van haar opdracht, n.l. het optimaliseren van de werking van de verschillende installaties, stelt de werkgroep logistiek een zending op het terrein voor in het voorjaar van 2011.

Bedoeling is om de situatie van de installaties grondig te inventariseren en te evalueren en de functionering ervan in kaart te brengen. Daaraan verbonden het optimale gebruik van de installaties bespreken met de zusters en de andere verantwoordelijken. Zowat het harmoniseren van de werking in de lokale situatie. Ook de afbakening van de verantwoordelijkheden opfrissen of verduidelijken. Daar waar het mogelijk is en de tijd het toelaat wat bijsturen. Het is ook de gelegenheid om algemene afspraken van communicatie, verslaggeving enz. weer in herinnering te brengen.

Deze situatiebeschrijving zal als basis dienen voor de verdere werking van de logistieke ondersteuning in BOA.
Wie zou dit opnemen? Guido Boon en zr. Guillaumine samen met de plaatselijke verantwoordelijken Séraphin en Sr. Léonie.

Beelden van deze missie

Hier kunnen jullie meekijken naar wat foto's van de posten van Kikwit, Kibangu, Kingandu, Kimbongo en Totshi die ons werkterrein geweest zijn. Als onverwachte afsluiter mochten we meegenieten van het buffet in het klooster in Righini (Kinshasa) waar het feest van de communauteit gevierd werd.

Guido Boon

Het leven in de Jeep

Dat in Congo de wegen in een miserabele toestand verkeren is alom bekend, het maakt reizen tot een ergernis of avontuur al naargelang je ingesteldheid maar het is altijd een beetje op de tanden bijten.
Van Kikwit naar het Zuiden toe bestaat het landschap uit zanderige hoogvlakte doorsneden door rivieren en beken. Op het plateau ploeg je door mul zand, op de hellingen, zeker als het geregend heeft, is het slippen en glijden want de weg ligt er in gladde rode klei.
Het rek op het dak puilt uit, de jeep is vol, eivol, vastgebonden kippen onder de zetels, zakken rijst en cement op het gangpad, vooraan kartonnen dozen met proviand of computers en als het meevalt ook nog een krat Primus, de onmisbare brandstof voor de Mundele. Tussenin de passagiers, wier rol er in zal bestaan met armen en benen cargo en andere passagiers op afstand te houden. Is er een plaatsje vrij, dan wordt er liefst een betalende passagier meegenomen (Gungu-Kikwit, 4 uur rijden, 6$). Het laatste wat ingeladen wordt zijn schoppen en spaden om de jeep terug vrij te spitten als ze vastrijdt. Op verre ritten zijn ze met twee, de chauffeur en de boy-chauffeur. Bompo en Adagu, zo heten ze, ze zijn beiden automechanieker en dat was maar best toen de brandstofpomp kuren kreeg. Bompo rijdt altijd en Adagu wijst de weg in het web van veldwegen, karresporen en door manshoog savannegras zonder wegen als het moet. Bombo rijdt graag snel, hij kan dat want zijn concentratievermogen is fenomenaal. Vaardig loodst hij de overladen jeep over de camionsporen, langs kuilen, sleuven en door bodemloze plassen en dat uren aan een stuk.
Slechts twee keer zijn we vastgereden en slechts twee keer werden we samen met heel de inhoud van de jeep tegen het plafond gekwakt.

Op internaat

De afstanden zijn groot, de wegen slecht en transport mogelijkheden twijfelachtig. Geen wonder dus dat in sommige scholen bijna alle leerlingen internen zijn. De school in Tothsi is er zo eentje. Ze mogen dan wel internen zijn, hun leven speelt zich grotendeels af in open lucht, iets dat ze van thuis uit gewoon zijn. Hun dag begint als het licht wordt en stopt enkele uren nadat de zon ondergaat want elektrisch licht is er zelfs in de klassen niet. Toen ik eens, naar mijn normen heel vroeg, van onder mijn muskietennet gekropen was en van de frisse ochtendschemering stond te genieten kwamen de leerlingen al in drommen uit de ochtendmis. fris gewassen en in uniform. Velen koken hun potje zelf. Achter de slaapzalen ligt een open loods en daar wordt in late namiddag op houtvuren gekookt. De wit-met-blauwe schooluniformen zijn dan al door een gewoon plunje vervangen en het gaat er ontspannen aan toe. Ze zijn groepswezens en houden zich bezig met gezelschapsspelen, keuvelen, voetballen en zelfs breien, leesboeken zie je niet, leerboeken wel. Heel dikwijls wordt er gezongen, vooral s'avonds als het te donker is om nog veel anders te doen. Het heeft iets dat voor mij het echte Afrika oproept: gezang, dat gedragen door de wind nog net tot bij mij geraakt en als het kan met wat trommelspel tussendoor. Heerlijk om bij in te dommelen. Nogal wat anders dan het gedruis van de E314 dat ook wel eens gedragen door de wind thuis de stilte verstoort.

De cybers

In drie van onze scholen is er geen GSM dekking. Zonder ons internet is er dus in gans de streek geen direct contact met de buitenwereld! De Congolese Post zou nog bestaan maar functioneert al lang niet meer. De cyber - hier spreken se van “le cybèr” - van de school staat ook open voor de locale bevolking, wat een fel geapprecieerde dienstverlening is. Fotokopiëren, E-mailen, surfen en administratieve activiteiten, het brengt nog wat geld in de lade ook. Het nadeel is een toevloed van virussen want nogal wat USB-sticks, CD's en DVD's waar de gebruikers mee toekomen zijn besmet. Zeer strikte anti-virus procedures verminderen het risico maar elimineren het helaas niet. We hebben tijdens onze inspectieronde door de cybers dan ook flink wat op virussen gejaagd.
In Tothsi hadden de omstandigheden in ons nadeel gewerkt. Maanden geleden is er de internetverbinding door een blikseminslag uitgevallen. De bijwerking van de virusscanners lag daarmee ook uit. De cyber werd niet stilgelegd en de virussen bleven komen, ook de nieuwe die door de verouderde scanner niet herkend werden. De ravage was enorm. Op een PC was de virusscanner zelfs helemaal verdwenen. Gevlucht of verorberd? De virusscanning met een bijgewerkte scanner was dan ook een massaslachting.